Recept Hutspot voor Corpsballen?

3 oktober

Hutspot met klapstuk (voor 4 personen)

Ingrediënten:
500 gr. klapstuk, 3 dl. Water, zout, 1½ kg. Aardappelen, 1kg. Winterwortel, 500 gr. uien, 2 kopjes melk, 80 gr. vet, boter of margarine, nootmuskaat, peper.

Bereidingswijze:
Zet het vlees op met het kokend water en zout en laat ruim een uur doorkoken. Schil de aardappelen en boen de wortels goed schoon. Schil de uien en snijd ze samen met de wortels klein. Voeg nu de aardappelen, wortel en uien aan het vlees toe. Breng het geheel weer aan de kook en laat alles dan doorkoken tot het gaar is. Neem het vlees uit de en houd het warm. Stamp de aardappelen en groenten goed door elkaar en fijn. Roer de melk en het vet door de stamppot en maak het geheel op smaak met peper en wat nootmuskaat. Dien het met de klapstuk op.


Een kookpot van betekenis
Een gewone bronzen kookpot, een gangbaar model uit de tweede helft van de 16de eeuw, heeft voor Leiden grote betekenis gekregen. Volgens overlevering werd hij in de vroege ochtend van 3 oktober 1574 in de Lammenschans (een Spaanse stelling) gevonden, met nog een restje hutspot erin. De Spanjaarden hadden 's nachts de vlucht genomen en in hun haast die pot vergeten. In triomf werd hij naar Leiden meegenomen. Hutspot werd het voedsel van 3 oktober. leder jaar op die dag staat het op het traditionele Leidse menu.

Om de buik van de pot is later een vers met de toedracht van de vondst gegraveerd: 'Doen Godes handt dreef den vyandt by nacht vyt Lammen schans creech Schaeck dees pot, riep aen amerael Boysot: mevcht over dammen thans. 3 october anno 1574 Gisbert Cornelissen.' In hedendaags Nederlands betekent dat, dat de vijand door God's hand uit de Lammenschans verdreven werd en dat Gijsbert Cornelisz. Schaeck de pot in handen kreeg, waarna hij Boisot, de admiraal van de Watergeuzen, waarschuwde dat hij over de dammen de stad binnen kon komen. Vermoedelijk werd dit vers gemaakt door de nar van de rederijkerskamer de Witte Acoleyen, Pieter Cornelisz. van der Morsch, alias Piero.

Een andere lezing van het verhaal is dat een weesjongen 's nachts de stad uitgeslopen was en de Lammenschans was binnengedrongen, waar hij de pot vond. Die weesjongen kreeg in latere verhalen een naam, Cornelis Joppensz. Deze woonde in 1574 met zijn moeder (hij was dus geen wees) in een rijtje huisjes achter de Vliet, vlak bij de plaats waar in de nacht van 2 op 3 oktober een deel van de stadsmuur instortte. Hij verklaarde later dat hij als eerste de geuzenvloot gewaarschuwd had. Maar over de pot geen woord.

Inloggen

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Zoeken

Zoeken op rambi.nl


 
© 2002-2007 Koerdistan Webservices i.s.m. Golven enzow internet. All rights reserved.